LIVE
CBAM CERT · Q2 2026€75.28/tSURRENDER30 SEP 2027CERT PURCHASE OPENS1 FEB 2027Reg (EU) 2023/956ACTIVEIR (EU) 2025/2621ACTIVEIR (EU) 2025/2620ACTIVEReg (EU) 2025/2083ACTIVEXSDMONITOREDSECTORS IN SCOPE6
Academy

Gids 09

Standaardwaarden versus werkelijke emissies

Wanneer standaardwaarden van toepassing zijn, wat werkelijke gegevens vereisen en welke route minder kost.


Onderdeel 01

De twee routes

Elk goed in een CBAM-aangifte draagt een cijfer voor ingebedde emissies, en dat cijfer komt via een van twee routes tot stand. Werkelijke waarden komen uit de eigen gemonitorde gegevens van de producerende installatie. Standaardwaarden worden door de Commissie gepubliceerd per goed en land van oorsprong, en gelden wanneer geen werkelijke waarden worden gebruikt.

De keuze wordt gemaakt per installatie en per goed, niet per onderneming en niet per aangifte. Eén producent kan werkelijke waarden rapporteren voor een goed dat hij nauwgezet monitort en terugvallen op standaardwaarden voor een ander, en beide kunnen in dezelfde aangifte staan.

Onderdeel 02

Wat werkelijke waarden vereisen

Werkelijke waarden zijn niet louter een getal dat de producent opgeeft. Zij berusten op een monitoringmethodiek die op de installatie wordt toegepast, op vastleggingen waaruit blijkt hoe het cijfer tot stand is gekomen, en op documentatie die stand houdt bij toetsing nadat de aangifte is ingediend. De berekeningsmethoden zijn vastgesteld in de uitvoeringshandeling van de Commissie over de berekening van ingebedde emissies.

Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2547

Stelt regels vast voor de toepassing van Verordening (EU) 2023/956 wat betreft de methoden voor de berekening van in goederen ingebedde emissies, ongeacht of die emissies worden bepaald op basis van werkelijke waarden dan wel standaardwaarden.

De praktische toets is of het cijfer op verzoek kan worden onderbouwd. Een getal dat niet kan worden herleid tot gemonitorde gegevens en een gedocumenteerde methode is geen werkelijke waarde, en het risico komt bij de aangever te liggen en niet bij de producent.

Onderdeel 03

Wanneer standaardwaarden gelden

Standaardwaarden vormen de terugvaloptie. Zij gelden wanneer werkelijke gegevens ontbreken, onvolledig zijn of niet kunnen worden onderbouwd. Zij worden gepubliceerd per goed en per land van oorsprong, waarbij elektriciteit afzonderlijk van de rest wordt behandeld.

Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2621, bijlage I en bijlage III

Bijlage I bevat de standaardwaarden voor in de Unie ingevoerde goederen met uitzondering van elektriciteit, geselecteerd per goed en per land of gebied. Bijlage III bevat de standaardwaarden voor ingevoerde elektriciteit.

Standaardwaarden zijn bewust conservatief. Zij zijn zo vastgesteld dat emissies niet worden onderschat, wat betekent dat een producent met een werkelijk koolstofarme route doorgaans slechter af is met rapportage op standaardwaarden dan op zijn eigen gedocumenteerde cijfers.

Onderdeel 04

Wat minder kost

De vergelijking is rekenkundig. Certificaten worden ingeleverd tegen de aangegeven ingebedde emissies, dus een lager cijfer betekent minder certificaten voor hetzelfde volume. De vraag is of het verschil tussen de standaardwaarde en het eigen cijfer van de producent groot genoeg is om de kosten van het monitoren, documenteren en verifiëren van dat cijfer terug te verdienen.

Ter illustratie: cijfers uitsluitend ter toelichting

Een producent verscheept 1.000 t van een staalgoed. Bij een hypothetische standaardwaarde van 2,0 tCO₂e/t gaat het om 2.000 tCO₂e aan ingebedde emissies; bij een gedocumenteerde werkelijke waarde van 1,4 tCO₂e/t om 1.400 tCO₂e: 600 tCO₂e minder certificaten voor dezelfde zending. Deze getallen zijn illustratief en zijn geen geciteerde standaardwaarden uit de verordening.

Wanneer de route van de producent dicht bij of boven de standaardwaarde ligt, zijn standaardwaarden goedkoper en eenvoudiger, en is daarvoor kiezen een legitiem antwoord. Ligt zij er wezenlijk onder, dan betalen werkelijke gegevens zich terug, en hoe groter het verschil en hoe groter het volume, hoe sneller dat gebeurt.

Onderdeel 05

Wat de aangifte vastlegt

Welke route ook wordt gebruikt, de aangifte legt vast welke het was. De bepalingsmethode staat naast het emissiecijfer voor elk goed en geeft het CBAM-register aan welke bewijsstandaard op dat cijfer van toepassing is.

Een aangifte die methoden per goederensoort combineert, is normaal en te verwachten; wat niet aanvaardbaar is, is een methodeaanduiding die niet overeenstemt met het bewijsmateriaal achter het cijfer. Gids 05 zet de begrippen directe en indirecte emissies volledig uiteen.

AcademyAlle gidsen